Kevin onderdelen van de ‘Canon van Amsterdam’ en maakt

Kevin

Wanneer is het geschreven
De Spaanchen Brabander is geschreven in 1617, Dit is in de periode van het
Twaalfjarige bestand dat van 1609 tot 1621 verliep. De 17de eeuw was
de Gouden eeuw waar de pas verenigde Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
een periode in gingen waar ze van bloeiende handel, Wetenschap en kunst

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

 

Floris

Wat weet je over de
schrijver?

Gerbrand Bredero
wordt geboren op 16 maart 1585. Hij is het derde kind in een gezin met twaalf
kinderen. Bredero is een dichter, toneelschrijver en rederijker. Rederijker
betekent dat hij een amateurdichter was in de late middeleeuwen. Het dichten
was niet een beroep maar een hobby die in dient stond van het algemeen belang.

Bredero heeft hij een zelfgenoemd meesterwerk geschreven: het blijspel ‘de Spaanse
Brabander’. Dit blijspel is 1 jaar voor zijn dood geschreven. Bredero noemt dit
zelf ‘Het hoogtepunt van de Nederlandse blijspelkunst in de gouden eeuw”.

Naast de verschillende vormen van schrijven vallen er onder zijn toneelwerk
3 genres: kluchten, over komische situaties, blijspellen, simpele
comedy, en tragikomedies, een drama dat een mengsel is van tragische en
komische verhaalelementen.

Bredero had een scherp oog voor het gedrag van
zijn stadgenoten en hij kon hen prachtig typeren met verschillende soorten
taalgebruik. De grote kracht van Bredero ligt in zijn realisme en zijn humor. Het blijspel,
toneelstuk,  De Spaanschen Brabander
Jerolimo, 1617, is hiervan een sprekend voorbeeld.

Dit blijspel staat op een
vierde plaats in de door theaterexperts samengestelde canon van honderd beste
Nederlandstalige toneelstukken aller tijden en het is een van de vijftig
onderdelen van de ‘Canon van Amsterdam’ en maakt deel uit van de belangrijkste
literaire werken uit het Nederlands taalgebied van middeleeuwen tot heden.  

Dat Bredero besefte hoe wisselvallig het leven
is, blijkt uit zijn lijfspreuk ‘t Kan verkeren(veranderen). Bredero
waarschuwde voor de bedrieglijkheid van uiterlijke schijn: ‘Al ziet men de lui,
men kent ze niet’.

Bredero was trots op zijn geboortestad, die
tijdens zijn leven tot grote bloei kwam, hij gebruikte zijn Amsterdamse afkomst
als eretitel.

Bredero is niet oud geworden. Na een
val waarbij hi door het ijs is gezakt werd hij ziek en overleed hij op de jonge
leeftijd van 33 jaar. Zijn carrière als schrijver heeft slechts 7 jaar geduurd.

 

Floris Emiel Kevin

Floris

Eerste deel
Jerolimo Rodrigo ook wel de Spaanse Brabander. Woon in de stad Antwerpen waar
hij een mooi leven had met een had. Maar zijn vele schuldeisers lieten hem
echter niet met rust. Hij vlucht naar Amsterdam waar hij zicht vervolgens niet
op zijn gemak voelt. Daar ontmoet hij wel Robbeknol, een ex-bedelaar die opzoek
is naar werk. Jerolimo wilt hem werk aan bieden maar vind het minder dat
Robbeknol een sterk amsterdams accent heeft. Robbeknol heeft zin in eten ,maar
Jerolimo die van plan was om naar de kerk te gaan houd een pleidooi voor de
soberheid .Krelis en Aarts de 2 straat jongens maken de slager en grafmaker
Floris uit voor ”lampoot”. Floris kan de jongens niet te pakken krijgen en
gaat een praatje maken met de 3 oudere Jan Knol, Andries Pels, en Thomas Treck:
die het over bankroetiers en de pest hebben.

 

Emiel

Robbenknol komt bij zijn nieuwe meester Jerolimo binnen en ziet dat er
weinig spullen in het huis staan en dat er geen eten in het huis aanwezig is.

Maar Jerolimo gaat zich al meteen chique aankleden en vraagt robbenknol om
hem te helpen als hij eenmaal aangekleed is men chique kleding gaat Jerolimo de
stad in terwijl hij geen geld heeft om uit te geven.

Terwijl hij aan het wandelen  is word
hij aangesproken door twee prostituees Trijn Jans en Bleecke An zij krijgen
door dat Jerolimo ondanks zijn mooie uitstralingen geen cent te makken heeft .

Robbenknol word ongeduldig en gaat met een lege maar bedelen om zo aan eten
te komen.

Robbenknol is succesvol en komt met een grote berg bij elkaar gebedeld eten
terug naar het huis van Jerolimo.

Omdat Jerolimo niet wil dat robbenkop denkt dat hij arm is zegt hij dat hij
al heeft gegeten.

Maar robbenknol ziet dat jerolimo naar zijn eten gluurt en krijgt door dat
jerolimo niks heeft gegeten dus hij bied jerolimo aan om me te eten en jerolimo
staat dit aanbod niet af.

Ze gaan samen smullen van het eten dat robbenknol bij elkaar heeft gebedeld

Kevin

Derde deel
Na het eten lekker te hebben geslapen, Maakt Robbeknol het toilet van het waar
hij in Jeromilo’s kleding niets dan een lege beurs vindt. Al door elkaar aan
het praten zijn Jan Knol, Foris Harmensz en Andries Pels over de slechte tijden
en laatste gebeurtenissen aan het praten. De klok luidt waarbij de schout en
zijn secretaris een verordening tegen bedelarij af. Robbeknol schrikt hier van,
voortaan zal de bij hem van dienst moeten zijn. De spinsters zegen al lezend
uit de bijbel dat hij in de ruil voor een kapiteltje eten bij hun mag halen,
Jerolimo kom opgewekt thuis, Hij heeft wat geld weten te krijgen en steurt zijn
hulpje vervolgens naar de markt. Robbeknol ziet onderweg een lijkstoet naderen.
Waar hij vervolgens uit angst schreeuwt. Hij had namelijk een vrouw iet horen
zeggen over dat doden naar het huis gebracht wordt waar men eten nog drinken
weet, dat moet hun huis zijn. Jerolimo lacht vervolgens om zijn domheid

vierde deel
Byateris zeg dat ze aardig geld kan verdienen als koppelaarster. Robbeknol komt
thuis met een berg eten waar ze vervolgens gelijk aan beginnen, tijdens het
eten verbaast Robbeknol zicht over Jerolimo die zich nog goed voordoet in
tafelmanieren ondanks zijn armoede. De huisbaas Geeraart houdt een speech en
voert vervolgen een gesprek met Byateris over de wederzijdse kennissen. Want ze
zijn beiden opzoek naar een brabander die hun geld verontschuldigt is, ze komen
vervolgens uit op jeromilo. Robbeknol wil hem niet binnen laten en uiteindelijk
scheept jerolimo hen af met een mooi praatje. Het moment dat ze zijn vertrooken
pakt jerolimo zijn spullen.

Vijfdedeel
Robbeknol vertel Trijn en els dat hun meester naar Culemborh en Vianen is
vertrokken. Geeraart, jut en Byateris voeg zich bij hen. Notaris Joannes kom
langs de kerk waar geeraart roept om de inboedel van jeromilo’s huis laat
inventariseren. Ook de schout en twee helpers worden
erbij gehaald. Er komen nog meer schuldeisers: Balich (de tinnegieter, Otje
Dickmuyl (de schilder), Joost die zilveren vaatwerk op krediet heeft geleverd
en Jasper, die hem van tapijten en leer voorzien heeft. Ze komen er allemaal
achter dat jerolimo al lang vertrokken is, er is zelfs niks meer in het huis te
vinden De notaris en de schout eisen nu van de anderen betaling maar dit wordt
geweigerd. De schout neemt het bed dan maar mee, dat aan Byateris
toebehoorde. 
Robbeknol richt zich tot het publiek voor applaus. 

 

Emiel

De Spaanse
Brabander is een komedie dat betekent dat er grappige stukjes in zitten en het
verhaal is vrij simpel.

De vierde wand
word meerdere malen gebroken doordat de toneel spelers dingen aan het publiek
vragen bij het begin vraagt jerolimo ”zal ik jullie eens iets van mijn
avontuurtjes met de meisjes in de herberg de beer vertellen.”

En op het einde
vragen els jut en robbenknol als commentatoren aan het publiek ”als iemand zig
persoonlijk aangesproken voelt dan veranderen we de tekst wel hoor doe maar een
voorstel.”

Dit is omdat de
schrijver van het stuk Bredero bang was dat het publiek dacht dat het over hun
zelf ging.

Omdat het een
komedie was zou het publiek misschien denken dat Bredero hun belachelijk
maakte.

Ook vraagt op het
einde robbenknol het publiek om te klappen.

Het motto van het
stuk is ”al zie je de mensen je kent ze daarom nog niet”

Oftewel schijn
bedriegt

Dit zie je in
jerolimo die zich rijker voordoet dan dat hijzelf is maar ook in Gerard  doet juist alsof hij een stuk armer is

En de oneerlijke
arme worden ook in het stuk vermeld zij gaan bedelen terwijl zij wel in staat
zijn te werken.

De personages
zijn erg overdreven ze zijn of: olie dom, super gierig  of heel naïef.

Hierdoor
probeerde Bredero het publiek normen en waarde te leren.

Het toneelstuk
heeft ook veel weg van een klucht (een klucht is een toneelstuk waarbij de
spelers in moeilijkheden raken door hun gedrag).

Dit komt omdat er
ook verhaallijnen aan bod komen van de gewonnen Amsterdammers die arm bestaan
hadden n en leefde in de ellende Ze kampte met armoede honger ziekte en onrust.

Dit zorgt er voor
dat het stuk geen tragedie is omdat in een tragedie zich afspeelt tussen
edelen  die sjieke worden gebruiken.

Het is moeilijk
te zeggen waar de Spaanse Brabander behoort als je het over literatuur hebt.

Omdat het verhaal
niet blij eindigt daarom  behoort het
niet tot en komedie en omdat het verhaal te kort is behoort het ook niet
helemaal tot een Klucht.

Terwijl het
verhaal wel veel eigenschappen heeft van een klucht.

Dus het verhaal is eigenlijk een lange klucht.

Floris

Wat maakt het werk
bijzonder? Waarom is juist dit literaire werk overgeleverd.

Het werk van Bredero is zo bijzonder omdat Bredero de taal van het volk
gebruikte. Hij barstte van het talent en als hij schrijft lijkt het alsof de
gebeurtenissen en de gevoelens echt zijn.

‘De Spaanse Brabander Jerolimo’ van Bredero is een
toneelstuk uit 1617. Het verhaal speelt zich af tijdens de Tachtigjarige Oorlog
(1568-1648). Het stuk was geschreven voor het Amsterdamse volk. Bredero liet de
Amsterdammers een gekleurd beeld van de corrupte, met vreemdelingen overspoelde
stad zien. Hij liet de morele waarden binnen een snel multicultureel wordende
maatschappij zien. In het toneelstuk worden belangrijke maatschappelijke
ontwikkelingen en problemen aan de orde gesteld. Tussen de regels door is de
mening van Bredero duidelijk. Als je het nu leest is ook duidelijk dat sommige
maatschappelijke kwesties nooit veranderen, dezelfde problemen in een ander
tijd…

In het voorwoord van het boek staat: “Al siet men de luy men kenne se niet.”
Dit betekent dat het uiterlijk van iemand niets zegt over het innerlijk van die
persoon.  Bredero heeft dit verhaal
gebaseerd op zijn eigen ervaringen. Omdat hij niemand wilde kwetsen, heeft hij
het verhaal laten afspelen 40 jaar voordat hij leefde. 

Bredero’s blijspelen waren zeer populair en leverden dus
hoge inkomsten op. Er was ook tegenstand vanuit de calvinistische kant. Hiermee
worden aanhangers bedoeld die meer voorstanders waren van ingetogen gedrag, het minder uiten van emoties, het niet
te koop lopen met je successen. Dit waren de voorstanders van de eenvoud en
zuinigheid. Zo is Bredero ook onderwerp van kwaadsprekerij
geworden. 

Het toneelstuk is na het eerste kwart
van de achttiende eeuw in de vergetelheid geraakt. De laatst bekende opvoering
was in 1985. Hiermee is dit blijspel het enige toneelstuk uit de top vijftien
van de canon van theaterwetenschappers dat nog niet in de eenentwintigste eeuw
is opgevoerd.8

Emiel

Wie was er aan de
macht

In de 17de
eeuw was Nederland een confederatie wat bekende dat een hoop staten (wat nu
provinciën zijn) samenwerkten. wat veel mensen denken is dat er toentertijd
democratie was alleen is dat niet waar omdat de republiek werd geleid door de
elite.

In het stuk word
weinig gepraat over de regering.

Wel speelt de
oorlog een grootte rol omdat oorlog er voor zorgt dat veel mensen vanuit
Antwerpen naar Amsterdam migreerde.

Zij gingen vooral
naar noord Holland omdat daar veel werk was.

De immigratie
speelde echter wel  een grootte rol in
het toneel stuk.

In de tijd van Bredero
waren er dus veel migranten in Amsterdam en in zijn tijd verliep de integratie
moeizaam. Veel immigranten die in Amsterdam aankwamen leden honger en immigranten
werden door veel Amsterdammers als profiteurs gezien .  ook in het stuk hoor je meerde malen
Amsterdammers klagen over de bedelarij.

Maar veel migranten brachten ook welvaart met zich mee omdat veel migranten
hoogopgeleid waren (notarissen, artsen, schilders schrijvers en beroemde
wetenschappers.) maar de allerbelangrijkste waren de handelaren die er voor
zorgde dat noord Holland de grootste groei van Europa doormaakte en zij waren uiteindelijk
een factor voor de Goude eeuw.

Floris

Hoe dachten de mensen
toen? Hoe zag hun wereldbeeld eruit? Speelde religie een grote rol?

 

Bredero schrijft het toneelstuk rond 1615 maar plaatst
het verhaal in het Amsterdam van omstreeks 1575. Bredero gebruikt echter
gebeurtenissen aan zijn eigen tijd. Hij wil niemand kwetsen maar zal naast veel
lof ook kritiek ontvangen.

De 16e eeuw wordt gezien als een overgangsperiode: de
overgang van de middeleeuwen naar de nieuwe tijd. Deze overgang gaat samen met
politieke verschuivingen, oorlog en crisissituaties.

Bredero leeft tijdens de Tachtigjarige oorlog
(1568-1648). In deze tijd verovert Spanje steeds meer land. Doordat
Antwerpen in Spaanse handen is, vluchtten veel kooplieden en calvinisten naar
het noorden, vooral naar Amsterdam. Amsterdam neemt de rol over van Antwerpen
als belangrijk handelscentrum. Hierdoor was de economische situatie in
Nederland gunstig, vooral de textielsector groeide sterk. Ook in cultureel
opzicht behoorde Nederland in de 16e eeuw tot de top van Europa. 

Op het toneel van de Amsterdamse Schouwburg speelden zich
in deze tijd wonderlijke taferelen af. Terwijl elders in de stad calvinistische
predikanten hamerden op de het streng toeziend oog van God (en de eenvoud en
zuinigheid), werden in het theater elke avond heidense goden aanbeden. Religie
speelde in deze tijd een grote rol maar er was ook een grote verschuiving hoe
mensen naar religie, naar god keken.

Bredero was anders dan zijn deftige tijdgenoten zoals
Vondel en Hooft. Dit maakte Bredero toen en nu nog steeds leesbaarder: hij
schreef niet in hoogdravende, moeilijke taal maar in het plat Amsterdams over
het leven op straat. De beschreven problemen van toen is de reality TV van nu
zonder een duidelijke verhaallijn.

Al Hiermee blijft Bredero de meest moderne van alle
zeventiende-eeuwse dichters. 

 

Kevin

Scholing

Er vond scholing plaats in vrijwel alle grote steden en grotere plaatsen in de
jaren 1600, toen bestonden er particulieren lagere scholen voor kinderen van 5
tot ongeveer 14 a 16 jaar. In de grotere steden werd ook de kwaliteit van die
scholen enigszins gecontroleerd door de overheid. De kwaliteit hing af van
hoeveel de ouders konden betalen dus de kwaliteit van de scholen in kleinere
steden en dorpen viel dus vaak aan de korte kant. De scholen hadden meestal 1
klas lokaal waar die kinderen met ongeveer de zelfde capaciteiten aan de zelfde
tafel zaten. Op de scholen word over het algemeen les gegeven in rekenen, lezen
en schrijven. Want de Republiek uitgangspunt toen was dat ieder mens de bijbel
moest kunnen lezen. Daarnaast was de handel toen belangrijk en was het handig
als mensen konden rekenen en schrijven. Dus de klassen indeling was goed
zichtbaar die in die tijd bestonden, De arme ongeschoold en de rijke geschoold.
In die tijd waren er daarom ook redelijk wat analfabeten.

Emiel

Het toneelstuk laat mooi zien hoe de mensen leefde in de
17 de eeuw. het leert een goede les en dat is dat schijn bedriegt.

En daarmee wil ik afsluiten.

zijn er nog vragen?